What’s in a name….

Is het u wel eens opgevallen dat door de automatisering we zo nu en dan allemaal een andere naam beginnen te krijgen?

Met name zij met tussenvoegsels, of zoals de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens BRP consequent zegt het voorvoegsel, in hun naam hebben te lijden onder de automatisering en de gebruikers hiervan.

In mijn geval vul ik in allerlei formulieren keurig mijn Van in in het daarvoor bestemde veld of vakje. Je zou denken dat dit veld of vakje met een reden gebruikt wordt en dat men er dus ook rekening mee houdt dat dit een onderdeel is van je naam. Helaas moet ik constateren dat automatisering niet feilloos is. Sterker nog soms gooit het meer in de war dan je lief is.

Want zelfs als ik zelf een digitaal formulier invul spuugt de desbetreffende administratie kaartjes of andere bewijzen uit zonder mijn tussen- dan wel voorvoegsel.

Ook de griekse ij, gebruikt voor mijn voornaam en de lange ij in mijn achternaam geven problemen. Yvonne wordt nogal eens verbasterd naar Ivonne met een i en Van Kuijk wordt helaas veel te vaak omgetoverd naar K u y k in plaats van k u i j k. Waarbij de Van regelmatig sneuvelt.

Zo ook in Pulchri heeft iedere nieuwe medewerker moeite mijn gegevens in het bestand te vinden om mijn bestellingen te registreren en later af te rekenen. Want sta ik nou onder de V van Van of de K van Kuijk. 

En dan hebben we het nu nog over mijn toch redelijk eenvoudige achternaam. Een Nederlandse plaats ligt ten grondslag aan mijn achternaam alhoewel die plaats gespeld wordt met C u i j k.

En wat te denken van mensen met prachtige lange achternamen. Daar zijn de velden niet lang genoeg voor. Die namen worden meteen geamputeerd, het systeem is leidend. Ook bijzondere buitenlandse achternamen geven gedoe, wanneer is het een voornaam en wanneer een achternaam, want ook binnen Europa zijn daar verschillen in.  Heb je de achternaam van je vader of je moeder of allebei in je naam staan en wat met namen die niet geschreven worden met het Latijns alfabet maar met een Thais alfabet of Grieks, Chinees of Japans …. 

U zult denken wat maak je je druk, toch hoop ik dat ooit de naam die je gekregen hebt en met trots draagt ook goed in de systemen terecht komt en goed gebruikt wordt.  

Buitenspel!

Het is woensdagmiddag en ik ben druk aan het werk. Dan maakt mijn telefoon een geluidje, het is een Whatsapp berichtje van mijn moeder. Ze krijgt ineens allemaal smsjes binnen en ze weet niet van wie, het is een nummer dat begint met 86 en allemaal gekke tekentjes. Omdat ik aan het werk ben kan ik niet direct naar haar toe maar app haar terug dat ze de smsjes maar gewoon weg moet gooien. Ik krijg een OK en dan is het stil. 

Een paar dagen later weer een appje van mijn moeder, ze heeft een mailtje gekregen dat haar Apple-Id gebruikt wordt door een Imac. Ze wordt er heel onrustig van. Ze heeft alle waarschuwingen goed in haar oren geknoopt, dat ze niet zomaar ergens op moet klikken. Het resultaat van al die waarschuwingen is wel dat ze eigenlijk een beetje angstig begint te worden van haar digitale apparaten. En ze was juist zo blij met haar Iphone en Ipad, ze kan nu foto’s krijgen van alle achterkleinkinderen en snel communiceren met haar zus in Frankrijk. 

Maar die melding over die Imac en haar Apple-Id zit mij niet lekker. Dus met mijn laptop naar haar huis, we loggen in op haar Apple-Id en zien de apparaten die aangesloten zijn. Haar Iphone en haar Ipad maar daarnaast ook nog een Iphone 5C en een Imac en beiden met Chinese tekentjes. Dat klopt voor geen meter en hoe hebben ze haar wachtwoord voor haar Apple-Id te pakken gekregen? Een vraag die onbeantwoord zal blijven.

Ik verwijder direct die beide apparaten en zorg er meteen voor dat ook voor haar twee-traps identificatie wordt ingesteld. Dat is dan wel weer iets dat ik haar moet uitleggen maar nu kan er niemand zonder haar toestemming in haar Apple-Id account.

Zelf check ik nog even de creditcard die aan haar Apple-Id is gekoppeld maar er zijn geen aankopen gedaan. Ze haalt opgelucht adem.

Vooruitgang houd je niet tegen, maar voor de generatie van mijn ouders is het soms allemaal niet meer te volgen. Geen geldautomaten meer in de buurt en dus geen cash geld meer, facturen die verdwijnen in de spambox, gemeente en overheid die alleen nog maar volledig geautomatiseerd willen werken, zelfs de zorgverzekeraar denkt dat haar klanten zonder problemen kunnen overschakelen op digitaal. De generatie die nog ingesteld is op analoog wordt, door de mensen aan het roer van organisaties, volledig buitenspel gezet.

Schande!

耻辱

Ontheemd

Ineens slaat het noodlot toe. De brandweer geeft aan kortsluiting in de droger, mijn grootste angst al jaren. Reden waarom ik mijn machines niet laat draaien als ik er niet ben, zo ook deze keer. Maar waar ik geen rekening mee had gehouden is dat de stroom niet van het apparaat af is als het programma klaar is. Waarschijnlijk hebben modellen van nu dat wel maar die van mij dus niet. 

Een hoop rook en roet maken dat mijn 2e etage onbewoonbaar is en ik bivakkeer 3 weken bij mijn ouders waarna ik mijn intrek kan nemen in een huis verderop in de straat. De bewoners gaan 4 maanden met hun kind en de caravan door Europa reizen. Een geluk bij een ongeluk.

De eerste weken ben je bezig met alles regelen en pas later zakt de omvang van de narigheid tot diep in je botten. Je bent niet dakloos maar wel ontheemd. Als ik bij familie of vrienden ben zit mijn huis in mijn hoofd zoals het was. De bank, de stoelen en vooral mijn heerlijke hemelbed. Als iemand iets nodig heeft roep ik al gauw oh dat heb ik wel, waarna direct de realisatie volgt dat al mijn spullen opgeslagen liggen en ik er niet bij kan en mijn hulp dus niet geboden kan worden. Dan de momenten dat je op kantoor een hele drukke dag hebt gehad en je verlangt naar je favoriete plek op de bank met je boek en een kop thee, je kunt het zo voor je zien….. oh nee, ik verblijf in een logeerhuis, het malle is dat die klap steeds weer komt.

Het missen van mijn spullen is soms lastig maar emotioneel heb ik daar veel minder last van. De echte energievreter is dat ik niet THUIS kan zijn, mijn eigen deur dicht kan trekken en er gewoon even niet kan zijn. Uit balans heet dat en zo voelt het ook. En dan dringt langzaam ook tot mij door hoe dat met al die mensen moet zijn die allemaal ontheemd zijn, van hot naar her moeten zeulen met hun spullen omdat er nog geen vaste plek voor ze is. Die roeien voor hun leven, die angstige dagen beleven op een klein bootje op zee en dat er dan mensen zijn die daarover beslissen dat ze niet geholpen en gered mogen worden. Ik word er zo mogelijk nog akeliger van. 

Ik ben ontheemd maar er is een plek om even te logeren, ik ben ontheemd maar mijn sociale netwerk steunt mij en ‘red’ mij. Hoe vele malen erger is het voor hen die niet door een droger maar door een regime verjaagd zijn, hoe gaan we die te logeren krijgen en zorgen dat ook zij weer een eigen thuis hebben? 

Wat een bak

Een hele grote organisatie laat haar directeur rondrijden in een prachtig automobiel, de chauffeur van dienst poetst de stalen ros na iedere rit weer glanzend. Een kwestie van beroepseer denk ik dan maar. De directeur geniet uiteraard privileges en daarvoor zorgt de organisatie goed.

Maar de hele grote organisatie huist in een gigantisch pand waaronder een grote parkeergarage is gelegen die gedeeld wordt met andere gebruikers van het pand. Om nu te zorgen dat de plekken eerlijk verdeeld zijn staan de kentekens of de naam van het bedrijf aangegeven bij de parkeerplekken. Duidelijk genoeg zou je denken, niets is minder waar want de kentekens hangen hoog aan het plafond. Menigeen kijkt niet zo hoog als de auto in een overvolle garage in een gaatje gewurmd moet worden. Met als gevolg dat het regelmatig geschiedt dat er iemand op de parkeerplek staat die beschikbaar is gesteld aan de Directeur. Ja en als de parkeergarage dan ook nog eens nokvol is dan is de chauffeur van de Directeur genoodzaakt zijn wagen op de parkeerplaats buiten te zetten, hetgeen het aantal keren poetsen natuurlijk doet stijgen.

Dan staat die glimmende bak tussen de autootjes van het plebs en dat heeft weer andere gevolgen behoudens het vuil worden.

Kent u die kaartjes die auto-opkopers onder de voorruiten van auto’s plaatsen die ze wel graag zouden willen kopen? Daar staat dan in gebrekkig Nederlands op dat de opkoper geïnteresseerd is in de auto en heel graag in contact wil komen om de verkoop te bespreken, het telefoonnummer staat er keurig bij. Een van de medewerkers van die hele grote organisatie, die altijd op de parkeerplaats in de buitenlucht moet parkeren, had al een paar keer zo’n kaartje onder de voorruit gekregen, geen actie ondernomen maar wel de kaartjes bewaard. Ze zouden ooit eens van pas komen.

Toen die grote glimmend gepoetste limousine weer eens noodgedwongen tussen de ‘gewone’ auto’s moest parkeren zag dit personeelslid een mooie kans en schoof zo’n kaartje onder de ruitenwisser van die grote glimmende zwarte limousine.

Bent u nu ook zo benieuwd naar de reactie van de chauffeur? Zou hij denken: wat een bak!

Dilemma

Gedachteloos loop ik door het kleine winkelstraatje bij het Julianaplein. Links van mij valt mij een mevrouw op die achter haar rolstoel loopt. Ik merk een gevoel van respect omdat zij kennelijk aan de beterende hand is, of gewoon zelf een klein stukje wil lopen. Allemaal gedachten die op geen enkel stukje informatie gebaseerd zijn. Ze loopt langzaam en loopt op de rekken af die buiten bij het Kruidvat staan. Gelijk schieten mijn gedachten naar de keer dat ik binnen betaald had en buiten een pak WC-rollen kon pakken, dat voelde heel gek terwijl ik niets vreemds deed.

Ik zie haar een groot pak wc-rollen in de tas stoppen die op de zitting van haar rolstoel staat. Ik kan de neiging niet weerstand en keer mij, zodra ik haar gepasseerd ben, om en kijk of ze de winkel ingaat. Ze propt het goed weg, ik loop langzaam achteruit en blijf gebiologeerd kijken….gaat ze de winkel in…..?

Maar nee ze loopt, al snuffelend in de andere rekken quasi onschuldig, gewoon door. Ik ben perplex. Een heterdaadje, zomaar op klaarlichte dag.

En dan gaat het bij mij van binnen te keer. Ga ik haar aanspreken? Moet ik iets roepen? Zie je het voor je? Houd de dief!!!

Maar ik doe niets, ik draai mij langzaam om en mijn hersenen kraken bij het oplossen van dit dilemma. Want natuurlijk mag ze niet stelen, maar het Kruidvat zet die bakken onbewaakt buiten op de stoep en houd zelf geen oogje in het zeil. Moet ik dat dan doen? Daarbij schiet ook de gedachte door mijn hoofd dat als je een groot pak WC-rollen van €1,97 moet stelen, dat het dan misschien wel heel slecht met je gaat. Moet ik haar verklikken?

Ondertussen is de vrouw in kwestie de hoek al omgeslagen en uit beeld verdwenen.

Ik loop de bibliotheek in en haal het door mij gereserveerde boek. Als ik weer langs het Kruidvat loop blijf ik denken; heb ik hier nu goed aan gedaan? Had ik haar moeten aanspreken? Zou je iemand moeten aanspreken die het misschien heel moeilijk heeft? Had ik bij het Kruidvat naar binnen moeten gaan en het pak WC-papier voor haar moeten betalen? Misschien was dat de meest elegante beslissing geweest.

Ik vind het een vreselijk dilemma en ben er tot op de dag van vandaag nog niet uit of ik juist gehandeld heb.

Hoge nood

Het is zaterdag en druk in Pulchri, de thee heeft mijn blaas gevuld en dus even een bezoekje aan de wc.

Terwijl ik plaatsneem op het porselein hoor ik twee vrouwen de wc-ruimte binnenkomen. Ze zijn druk in gesprek, ik kan ze niet zien maar herken een van de stemmen.

“Wat een drukte he, jeetje zoveel mensen en dan willen ze natuurlijk ook allemaal vooraan”, “nou dat zijn we hier wel gewend hoor, bij elke grote opening is het hetzelfde liedje”.

Terwijl ze met elkaar in gesprek zijn gaan ze kennelijk allebei ook gelijktijdig naar de wc want ik hoor twee deuren open en dicht gaan en de stemmen klinken anders, ze zetten het gesprek ondertussen door. Ik vertraag mijn wc-bezoekje en blijf nog even zitten want ik vind dit wel komisch. Eens kijken hoe lang dit gesprekje duurt.

De ene vrouw blijft doorpraten over van alles en nog wat, de ander zegt zo nu en dan ja en humt wat ten antwoord, kennelijk voelt het voor haar toch wat ongemakkelijk om via de wc met elkaar in gesprek te blijven en laten we eerlijk zijn echt ontspannen kun je dan natuurlijk ook niet.

Dan hoor ik degene die niet veel gezegd heeft verontschuldigend zeggen: Dat moet je straks nog maar een keertje vertellen want ik heb niet alles meegekregen.

Ik schiet zachtjes in de lach, ja daar kan ik mij wat bij voorstellen.

“heb je Esther al gefeliciteerd” volgt er toch nog vanachter de deur “Ja” klinkt het kort en dan wordt er doorgetrokken, eerst door de een dan door de ander. De beide deuren hoor ik opengaan en er wordt nu weer druk doorgekletst en handen gewassen. Ook ik kom de wc uit en ga mijn handen wassen, omdat ik mijn lachen niet kan inhouden geef ik aan dat ik uit hun conversatie begreep dat de nood om te babbelen voor de een hoger was dan om te plassen. De beide dames krijgen hiervan de slappe lach en het is maar goed dat ze naar de wc zijn geweest want anders…..

Nu is het voor mij duidelijk waarom vrouwen vaak tegelijk naar de wc gaan (ik heb dat nooit gedaan), dan kunnen ze nog gezellig even doorbabbelen. Het aangename met het noodzakelijke combineren heet dat geloof ik. Hoge nood dus.

Reken er maar niet op

De schoolinspectie maakt zich al jaren zorgen over de rekenvaardigheid van de Nederlandse jeugd en men heeft regelmatig de noodklok geluid. In diverse krantenartikelen worden de redactiesommen of wel realistische sommen gehekeld want als je niet talig bent of Nederlands niet je moedertaal is ga je de som niet ontdekken in de tekst. En dat komt dan omdat je zo vreselijk bezig bent met die tekst te snappen.

Dat lijkt mij niet iets dat nu pas aan de gang is, het voelt of dit al jaren aan het gebeuren is en inmiddels heeft het er alle schijn van dat we daar nu de zure vruchten van gaan plukken want leerlingen die van de Havo naar het HBO gaan krijgen Wiskunde bijles omdat het rekenen voor de economielessen anders niet gaat lukken. Heb je hakken over de sloot een voldoende gehaald dan mag je toch verder en hobbel je door met onvoldoende basis. Dus ook gewoon door naar de Universiteit en dan een baan op een Ministerie.

Dat teksten lezen en daar de rekensommen in vinden toch wel heel belangrijk is staat als een paal boven water maar als je de basisprincipes niet onder de knie hebt komt er van het hogere rekenwerk ook niet veel terecht. Ieder huis heeft een goed fundament nodig om verder op door te bouwen.

Deze week was er een schrijnend voorbeeld van het falende rekenonderwijs.
De Minister van Economische zaken en Klimaat had vorig jaar van haar ambtenaren een rekensom gekregen over de energiekostenstijging die ‘best wel meeviel’ en vond dat de energie vergelijkers de burgers toch vooral ‘niet bang moesten maken’. Nu blijkt echter dat het Ministerie van verouderde cijfers is uitgegaan, verouderde cijfers! En nu zitten de burgers met de gebakken peren want energie wordt duurder en dient netjes betaald te worden als je het gebruikt.

Van het adagium dat we er allemaal wat op vooruit gaan is niets meer over, sterker nog twijfels ontstaan nu over alle andere ministeriële berekeningen, die gedaan zijn. Zullen ze op andere departementen wel de juiste ambtenaren hebben zitten die snappen met welke cijfers ze rekenen? En realistisch genoeg zijn om uit alle overheidstekst, die ze dagelijks op hun bureau krijgen, de werkelijke som te halen?

Het zou zo fijn zijn als de uitkomst van deze optelsom van problemen positief is maar ik denk stilletjes: Reken er maar niet teveel op.

Je Moerstaal

Een grote SUV staat op de Denneweg zeer onhandig geparkeerd, de deur bij de achterbank staat open en een vrouw staat met haar hoofd in de auto voorovergebogen. Zo te horen zit de auto vol kinderen. Ze roept “Kappuh nou, gaat zitten, ik kan er zo niet bij, hou nou effe je bek dicht, als je nou niet doet wat ik zeg ….. schiet op gaat zitten”…. Er volgen nog wat ziektes en dan klapt ze de deur dicht. Ze loopt om naar de bestuurderskant stapt in en rijdt met gierende banden weg.

Twee vrouwen en een klein ventje van 4 komen de snackbar binnen, hij klimt meteen op een draaikruk en zingt een Sinterklaasliedje. De jongste vrouw zegt snibbig ‘nou effe niet meer zingen ik krijg er koppijn van’, de oudere vrouw (ik denk Oma) zegt ‘ga maar even zitten we bestellen en dan gaan we weer naar huis, doe maar even rustig”. In mijn ogen is het kind nog redelijk rustig gezien het feit dat hij waarschijnlijk zojuist naar een Sinterklaas intocht is geweest. Het ventje houdt het precies 1 minuut vol, dat rustige, en gaat op zijn knietjes zitten op de draaistoel en zegt dat hij heeeel graag patatjes wil. De jonge vrouw (ik denk mama) grijpt hem bij zijn jas en zegt ‘gaat nou zitten, hoe vaak mot ik dat nog zeggen? Doet nou effe rustig, stop met zingen, gaat zitten, niet draaien, stop met draaien, ik mot toch zeker niet met je in ‘dikskussie’, want dat doet ik niet, ik ben er helemaal klaar mee’.

In het parkje klinkt een hoge snerpende stem “Wesly, koooom nou, we motten weheg”. Als Wesly zich niet direct in beweging zet zie ik vanaf het bankje een vrouw op metershoge hakken met grote passen op hem af stevenen, onder het uiten van klinkende krachttermen pakt ze hem bij zijn mouw en sleurt hem het parkje uit.

Iedere keer voel ik de neiging om in te grijpen, wij volwassenen zijn de rolmodellen van alle kinderen om ons heen, en toch durf ik niet goed. Ik vind mijzelf op dat moment laf maar ik heb niet de illusie dat mijn goed bedoelde opmerkingen ook maar enige gedragsverandering teweeg zouden hebben gebracht en dus zwijg ik in alle talen.

Ieder vogeltje zingt zoals hij gebekt is en deze kinderen gaan absoluut hun moerstaal spreken en dat doet mij verdriet.

Historisch

Een aantal maanden geleden was er een oproep door het Haags Historisch Museum. In het kader van 200jaar Scheveningen hadden zij het plan een expositie in te richten onder de naam Groeten uit Scheveningen. De bewoners werden opgeroepen om hun Scheveningen foto’s te delen met het Haags Historisch Museum en de curator zou dan foto’s selecteren die geëxposeerd zouden worden.

Ik dook enthousiast in de fotoboeken van mijn ouders. We vonden een paar hele leuke foto’s gemaakt door mijn vader, van mijn moeder met ons op het Scheveningse strand begin jaren 60, van wandelingen in de herfst over het strand met Sandy, onze hond destijds, ergens in de zeventiger jaren. Eentje met de pier op de achtergrond, kaplaarzen aan en de wind in de rug.

Eén voor één dierbare herinneringen.

Ik koos er een paar uit waarvan ik dacht dat die wel de lading dekte en stuurde ze per mail op.

Het duurde even maar toen kwam het bericht, één van de foto’s was geselecteerd!! Glimmend van trots vertelde ik het mijn ouders. Ik vond het qua compositie een mooie foto, mijn moeder met donker haar in een haarband en grote zonnebril, mijn broertje en ik een schattig wit zonnehoedje op. Je ziet mijn moeder mijn handjes van zand ontdoen terwijl zij mijn broertje in haar armen heeft. 

Ik vroeg nog of ze het negatief wilden hebben of een bestand met meer pixels, daar kwam geen reactie op.

We werden uitgenodigd voor de officiële opening. Helaas was het op een enorm warme Veteranendag. Het bezoek werd uitgesteld. Tenslotte was de expositie tot begin november, we hadden nog even de tijd. 

Vandaag was het zover, we hadden afgesproken voor de deur van het Haags Historisch Museum. Gezamenlijk naar binnen en op zoek naar ONZE foto. De expositie vertelt over de badplaats Scheveningen en laat veel attributen zien, maar ook veel souvenirs uit die tijd, badkleding en schilderijen. Nergens konden we de foto’s vinden die ingestuurd waren, tot we in een zijkamertje een grote gele wand zagen met allemaal fotootjes….. We speurden de wand af en jawel daar was de foto, naast het televisiescherm! Kleiner dan het origineel! Uiteraard hebben we er een foto van gemaakt, ook eentje waar we erbij poseren. Wat een deceptie……. het was een klein stukje wandversiering geworden, we hielden ons staande met de wetenschap dat we toch maar mooi in het Haags Historisch Museum hingen!

 

Telefoondienst

Het is donderdagochtend en ik ben druk bezig met een ingewikkeld dossier. De telefoon rinkelt en ik neem op. Een mevrouw meldt zich en vertelt dat zij op zoek is naar het telefoonnummer van de Sociale Verzekeringsbank, dat zij geen computer heeft en dat zij in de Gouden Gids ook het nummer niet kan vinden. Ze geeft aan dat ik vast wel een computer heb en of ik voor haar het nummer kan opzoeken. 

Gedurende de eerste 30 sec ben ik even uit het veld geslagen en verbaas mij over haar verzoek. Dan stel ik de vraag hoe ze dan bij ons terecht is gekomen, haar antwoord is nog verbazingwekkender: ze heeft in de Gouden Gids bij verzekeringen gekeken en daar stond het nummer van de Sociale Verzekeringsbank niet en dus heeft ze ons gebeld. Ik vind het nog steeds vreemd want onze bedrijfsnaam begint met een S en niet met een A maar misschien stonden wij op de plek waar zij de Sociale Verzekeringsbank meende te gaan vinden. 

Ik krijg een glimlach want het is wel een hele gekke situatie, ik opper nog dat ze, omdat ze wel een telefoon heeft, natuurlijk ook de telefoongids had kunnen bellen. Maar haar gedachtengang ging heel anders, dan moet ze namelijk 1822 bellen en dat kost € 0,90 per minuut met een starttarief van 4,5 cent! En ons bellen is goedkoper want ze heeft een abonnement waarmee ze onbeperkt kan bellen. 

Mijn glimlach veranderd in een grijns, wat een gekkigheid is dit. Ik tik ondertussen Sociale Verzekeringsbank in op de computer want ach we zitten in een dienstverlenend beroep en helpen doen we sowieso graag. Eerst lijkt het of er geen telefoonnummer staat maar uiteindelijk na wat doorklikken kom ik bij de telefoonlijst. Om haar het juiste nummer te geven stel ik de vraag waar het dan over gaat en ze legt mij uit dat ze zich afvraagt of een kind dat inwoont bij zijn ouders recht heeft op AOW en hoe dit belastingtechnisch zit want hij is tenslotte 67. Goed, zeg ik, dan geef ik u het telefoonnummer van de afdeling die over AOW gaat. Ze noteert het nummer en ik wens haar veel succes, dat wenst ze mij ook en we hangen op.

Wat een vreemde mensen zijn er toch! Dat haar helpen mij tijd en dus geld kost lijkt niet bij haar op te komen. Dienstverlening is gratis, toch?