Cadeau Gerda & Marcel

Dit is mijn tweede ei-tempera schilderijtje (30×30). Het betreft een huwelijkscadeau.

Gerda & Marcel waren 25 jaar getrouwd op 27 mei 2018 en een paar weken vooraf aan het feest logeerde ik bij ze. Ik heb toen snel een foto gemaakt van de trouwfoto die bij hen in de gang hing. En toen aan de slag. Door de weerkaatsing in het glas en de vreemde kleurverschillen vond ik het moeilijk om de gezichtsuitdrukking goed te vangen maar dit is het eindresultaat.

Richting

Het is maandagavond en ik heb gezellig gegeten bij mijn ouders. Rond 10 uur rij ik naar huis. Via de Segbroeklaan, die nu weer vanaf de Goudenregenstraat toegankelijk is. Even verderop is het opletten geblazen want de Scheveningseweg is afgesloten en de kruising met de Professor Teldersweg heeft een slingerdeslang doorgang gekregen. Er staan allemaal mannetjes in fel oplichtende hesjes en ze wijzen met hun rood verlichte richtingaanwijzers waar je mag rijden en ook wanneer je mag rijden. Het gaat stapvoets maar we komen vooruit.

Dan door de Hubertustunnel, langs Renbaan Duindigt en bij de Bezuidenhoutseweg rechtsaf. Terwijl ik bij het verkeerslicht sta van de kruising met de Hofzichtlaan zie ik in de verte oranje knipperlichten. Omdat de weg verderop een bocht maakt is het nog niet duidelijk of deze knipperlichten aan mijn kant van de weg of aan de overkant staan. 

Ik rij voorzichtig door, de knipperlichten zijn op mijn weghelft, de koplampen van een enorme vrachtwagen schijnen mij tegemoet, verblindend zijn ze. Nog langzamer rijd ik richting de koplampen en dan zie ik weer een mannetje met een fel gekleurd hesje en een rood verlichte aanwijzer die omhoog wijst, ik minder vaart, tuur tegen het felle licht in om te zien wanneer de man mij een signaal geeft hoe ik moet rijden. Ineens ontwaar ik een hand links van hem die heen en weer beweegt. Ik stuur naar de linkerkant en doe mijn raampje open. Dan begint het korte twistgesprek. De man in kwestie zegt “ja en nou moet je dus gewoon doorrijden he!” Waarop ik, ondertussen flink geërgerd door dat felle licht dat gewoon zeer aan mijn ogen doet, antwoord “Als je alleen met je hand zwaait met achter je een vrachtwagen met flinke koplampen dan kan ik niet zien wat je wilt”. Want inmiddels heb ik door dat hij zijn rode richtingaangever gewoon in zijn borstzak heeft gestopt. Zijn antwoord is daarop “als je die vrachtwagen ziet weet je toch ook dat je er links voorbij moet!”. Ik zucht diep en roep hem alleen nog toe: “gebruik de middelen die je gegeven zijn om de richting aan te geven!!” en doe mijn raampje weer dicht.

Ik weet zeker dat mij een scheldkanonnade ten deel was gevallen als ik, hem negerende, op een drafje langs hem was gereden. Hij is op dat moment de autoriteit die aan moet geven hoe en waar ik kan rijden. Ik besloot die uitleg achterwege te laten en kon alleen nog denken aan de woorden van mijn vader: Gebruik gereedschappen waar ze voor gemaakt zijn.